Sleutels van de pakjesboot

‘Hoe kan dat nou, gisteren lagen de sleutels hier op het kastje naast mijn bed. Maar nu ik de sleutels wil pakken zijn ze verdwenen’. Bootpiet snapt er niets van, hij loopt al mopperend door de gangen en botst op Huispiet. ‘Wat is er aan de hand Bootpiet?’ vraagt deze.

‘Huispiet, ik wilde vachten de boot inspecteren, omdat we over een maand vetrekken naar Nederland. Ik wil kijken wat er allemaal nog moet gebeuren voordat de pakjesboot er weer picobello bijligt. Je weet het wel, de patrijspoorten wassen, muizenissen opruimen, pepernotenolie bijvullen in de motor, proefdraaien van de stoomfluit, de zeekaarten bijwerken, allemaal zaken die belangrijk zijn’. Maar de sleutels zijn verdwenen. Ze lagen op mijn nachtkastje.’
‘Hmm. Bootpiet, heb jij lang uitgeslapen?’
‘Ja, hoezo?’
‘Ik denk dat jij Poetspietje gemist hebt. Die heeft van mij de opdracht gekregen om alle sleutels eens goed op te poetsen, zodat ze weer mooi glimmen. Ik vrees dat Poetspietje jouw sleutel heeft gepakt, terwijl jij nog sliep. Zullen we kijken?’

Buiten in de tuin, in de schaduw van een grote boom, zat Poetspietje aan een grote tafel met een hele berg sleutels, met z’n tong uit de mond te poetsen. Bootpiet rende er op af en rommelde met zijn hand in de berg sleutels.

‘Jaaaah’, riep hij blij, ‘hier zijn ze!’ Bootpiet wachtte nog netjes tot Poetspietje zijn sleutels mooi gepoetst had en ging toen luid zingend, met de sleutels naar de boot voor de inspectie.